nederlands   Home  > Downloads > Prix Terre Cuite > Prix Terre Cuite 2009 - Kennis Thijs- Projet Participant  

Museum Kunstberg

Artesis Hogeschool Architectuur :   Kennis Thijs
Als aanzet voor het ontwerp is de complexe werking van het Erechteion als referentie cruciaal geweest : een collage zo je wil, van gebouwen/gebouwdelen met verschillende schaal en orientatie die een heldere eenheid vormen. Vanuit dit beeld heb ik gezocht naar een steek houdende stedelijke compositie.
Concreet betekent dit een "volumestudie" met behulp van types (ipv abstracte volumes) waarbij zowel de werking in de publieke ruimte en de onderlinge en interne werking van tel zijn. Het gebouw bestaat uit een nevenschikking van een hal, een galerij en een paviljoen rond een kleine museumtuin : een typologische assymetrie zoals het Erechteion.
De oefening bestaat eruit een gewillige inpassing in de publieke ruimte te ontwerpen, en binnen deze complexe samenstelling een duidelijke eenheid als gebouw te vormen, zonder de eigenheid der delen te verliezen. Een bijdrage aan de stad middels een tijdloze, robuuste structuur is de ambitie.

De werking van de compositie in de publieke ruimte heeft een hoge graad van evidentie. De galerij met tijdelijke tentoonstellingsruimte op het gelijkvloers sluit aan bij het introverte museumplein. Eerder den de neiging om het plein "open te trekken" ervaar ik de beslotenheid van het museumplein als iets kostbaars en wil ik deze intact laten. De open ruimte aan de andere kant is minder gedefinieerd. Het paviljoen verankert zich hierin en geeft het gebouw hiermee ook een verschaald aangezicht. De hal legt qua omvang relaties met de schaal van de Albertinabibliotheek en het Koningsplein etc.
De ruimtelijke structuur van de delen is inherent aan hun type. De galerij is een lineaire structuur met - een galerij - en twee enfilades met kabinetten. De halstructuur organiseert zich rond een centrale ruimte van waaruit de nevenruimtes bereikt worden of waarmee de nevenruimtes in relatie staan. In de kelderverdieping vervaagt deze hierarchie. Het paviljoen is een enkelvoudige structuur. Door de samenstelling van deze types krijgt het gebouw een grote ruimtelijke variatie cadeau. Voor hal, galerij en paviljoen wordt ook een verschillende schaal van raam- en deuropeningen gebruikt.

Er wordt gestreefd naar een maximale bevattelijkheid van het gebouw zodat een echt geleid parcours overbodig is. De inkomsequentie is echter wel geleid in die zin dat de bezoeker via het paviljoen, met trap en doorzicht via de tuin naar de hal, langs de galerij tot in de hal wordt geleid. De kelderverdieping van galerij en hal zijn dus voor bezoekers niet direct bereikaar via het gelijkvloers van het paviljoen. Op deze manier worden eerst alle hoofdruimtes doorlopen wat de voornoemde bevattelijkheid ten goede komt. In principe bestaat er de mogelijkheid tot een lang parcours. De hoofdruimtes van de drie gebouwdelen verschillen van materialisering met de nevenruimtes. Deze hebben een donkerder gepigmenteerde betonpleister en de betonnen giet- of houten vloeren in de nevenruimtes. Als dimensionering van de betonnen gevelpanelen wordt er telkens drie uit een reeks van vijf mate gebruikt per gebouwdeel. De panelen verspringen al dan niet in de diepte ter articulering van sokkel of bekroning.


Hoe het ontwerp ook in baksteen kan . Motivatie omternt baksteen als alternatief gevelmateriaal
In het oorspronkelijke ontwerp is de gevel opgebouwd uit betonplinten en panelen. De dimensionering van de verticale delen gebeurt als volgt: uit een meetkundige reeks van vijf maten wordt voor er voor de hal de grootste, voor de gallerij de middelste en voor het paviljoen de kleinste drie maten genomen zodat de variatie tussen de panelen van de gebouwdelen onderling dezelfe is als die tussen de panelen in het gebouwdelen zelf en ze één gemeenschappelijke maat hebben. De verticale delen verspringen ook in de diepte volgens drie verschillende maten, in verhouding met hun schaal in de breedte. Door dit niet te doen in de bovenste en de onderste laag bepaal ik een sokkel en een bekroning, wat in de onderste laag versterkt wordt door het gebruik van een zwaarder pigment. De tektoniek en de complexe schaalwerking dient uiteraard niet alleen de vormgeving van het gebouw als drie-eenheid op zich, maar vindt zijn verantwoording evenzeer in de gewillige relatie met de gebouwde omgeving.

Het spreekt voor zich dat de uitvoering in baksteen van de horizontale geledingen en de kolommen geen evidentie is. Het gebruik van baksteen i.p.v. beton voor de panelen kan volgens mij nog een extra laag toevoegen aan het gebouw zonder voornoemde werking te verstoren. Bakstenen kunnen nog een kleinere, pas van dichterbij waargenomen, schaalverdeling toevoegen die beton mist, (en het gebouw misschien ook?) Ik zou de steen dan willen toepassen zodaning het pas van dichtbij echt duidelijk wordt dat het om baksteen gaat, hetgeen dan tamelijk verassend is vanwege de Brusselse context. (baksteen en voeg in zelfde beige tint?)  Alleszins is extra articuleren van de sokkel met een groffere steen en bijhorende schaduwwerking naar mijn mening mooier dan het ietwat simplistische " een zwaarder pigment geven aan de beton " alsof het om een kleurboek gaat.
Tekst : Kennis Thijs

 

 
Fédération Belge de la Brique - Rue des Chartreux, 19 bte 19 - 1000 Bruxelles - info@brique.be - Tel: 02/511.25.81 - Fax: 02/513.26.40