français   Home  > Professionals > Producten > Normen + Regelgeving  
 
Professionals
Producten
Classificatie
Alle producten
Eigenschappen
Normen + Regelgeving
Normen
Productnormen
Proefnormen
Ontwerpnormen
CE + Productnormen
EPB
Fabricatie
Bouwen met Baksteen
Fabrikanten
Projecten
Links

Productnormen

Europese productnorm EN 771-1

Tot eind maart 2006 werd gevelmetselwerk gedefinieerd in de Belgische norm NBN B 23-002 en niet-decoratief metselwerk in de norm NBN B 23-003. Nu worden beide typen bakstenen beschreven in één Europese “geharmoniseerde” norm NBN EN 771-1 Voorschriften voor metselstenen - Deel 1: Metselbaksteen. Deze norm legt de kenmerken vast die van toepassing zijn in het kader van de CE-markering. Op deze wijze kunnen de eigenschappen van bakstenen in heel de Europese Unie op dezelfde wijze beschreven en bepaald worden.

De norm geeft geen drempelwaarden op waaraan de producten moeten voldoen. De ontwerper moet voor de eigenschappen die in de norm vermeld staan, zoals gewicht en druksterkte, zelf de cijferwaarden vastleggen voor zijn toepassing.

Ter aanvulling van deze Europese norm zijn in België twee PTV's (Prescriptions Techniques - Technische Voorschriften) opgesteld, namelijk de PTV 23-002 (gevelmetselwerk) en de PTV 23-003 (niet-decoratief metselwerk). Hierin worden technische voorschriften gegeven die de basis vormen voor het kwaliteitsmerk BENOR.


Gevolgen van de EN 771-1 voor de warmtedoorgangscoëfficient

Volgens de productnorm NBN EN 771-1 dient de fabrikant voor bakstenen die worden toegepast in bouwdelen waar eisen worden gesteld aan warmte-isolatie de gemiddelde λ10,droog,steen te declareren en de wijze waarop deze declaratie gebaseerd , met name het toegepaste model uit de NBN EN 1745. Bijkomend mag een andere fractiel worden gedeclareerd. Indien dit het geval is zal deze fractiel duidelijk vermeld worden bij de verklaarde λ10,droog,steen – waarde. Afhankelijk van de Nationale eisen kan het % fractiel en % betrouwbaarheid (statistische bepalingsmethode) waarmee de fabrikant deze λ dient te verklaren verschillen.

In het kader van de BENOR-certificatie en de wettelijke verplichting in België, dient de fabrikant bijkomend de λ10,droog,steen (90/90) te verklaren, zijnde de waarde van de 90% fractiel bovengrens met een betrouwbaarheidsniveau van 90%.

De berekeningen in het kader van de EPB-regelgeving in België vertrekken van de rekenwaarden van de warmtedoorgangscoëfficient. Om tot deze rekenwaarden te komen dient men de door de fabrikant gedeclareerde λ10,droog,steen (90/90) om te rekenen naar de omstandigheden, zoals voor België vastgelegd is op 23°C en 50% relatieve vochtigheid voor de binnenomstadigheden en 75% van de kritische verzadigingswaarde bij 20°C voor de buitenomstandigheden. Deze waarden worden gedefinieerd als de ‘Rekenwaarden’ λU,i en λU,e. De omzettingsformules zijn opgenomen in de NBN B 62-002.

De rekenwaarde van de thermische geleidbaarheid : λU,i stemt overeen met de binnenomstandigheden en moet gebruikt worden voor materialen in binnen- en buitenmuren in zoverre deze noch door regenindringing, noch door blijvende inwendige- of oppervlaktecondenstatie, noch door opstijgend grondvocht nat kunnen worden. De λU,i - waarde mag niet gebruikt worden voor materialen die dampdicht ingebouwd worden en die vocht kunnen bevatten (bvb bouwvocht of neerslagwater).
De rekenwaarde van de thermische geleidbaarheid: λU,e stemt overeen met de buitenomstandigheden en moet gebruikt worden voor alle materialen in buitenwanden, die door regeninslag, blijvende inwendige- of oppervlaktecondensatie of opstijgend grondvocht nat kunnen worden. Dit is ook geldig voor buitenwanden die voorzien zijn van een buitenbepleistering, tenzij kan aangetoond worden dat de buitenbepleistering voldoende duurzaam en regendicht is. De λU,e - waarde moet eveneens gebruikt worden voor dampdicht ingebouwde materialen die tijdens de uitvoering nat zijn.

Noot: de te gebruiken 90% fractiel van de netto- of bruto-volumemassa met een betrouwbaarheid van 90% is niet deze die door de fabrikant wordt gedeclareerd onder CE. Indien deze geen λD= λ10,droog,steen (90/90) heeft gedeclareerd, dient men zich te wenden tot de leverende fabrikant om de exacte waarden van de (90/90) waarde te bekomen die de ontwerper toelaat de rekenwaarden te berekenen.


Gevolgen van de EN 771-1 voor druksterkte

In het kader van de CE-markering dient een fabrikant van metselstenen de gemiddelde druksterkte fmean te declareren, samen met de categorie tot welke de stenen behoren.
De productnorm NBN EN 771-1 deelt de bakstenen in in 2 categoriën:
Categorie I-stenen: zijn metselstenen waarvan de druksterkte door de producent gedeclareerd wordt met een betrouwbaarheidsniveau van 95 %
Categorie II-stenen: zijn metselstenen die niet voldoen aan de hierboven vermelde eisen van betrouwbaarheid aangaande de druksterkte

De druksterkte van een metselsteen wordt bepaald door het uitvoeren van drukproeven volgens NBN EN 772-1. Rekening houdende met het gedeclareerde betrouwbaarheidsniveaus wordt aan de hand van deze resultaten de gemiddelde waarde afgeleid.

Indien de stenen een beoogd gebruik hebben in berekend dragend metselwerk, zal ook de genormaliseerde druksterkte fb gegeven worden of verwezen worden naar de nodige info om deze te berekenen. Opgelet : de vormfactor waarmee de fmean dient vermenigvuldigd is vastgelegd in de tabel 3.9 van de Nationale annex ANB NBN EN 1996-1-1 en kan dus verschillen van land tot land binnen de Europese Unie.


Gevolgen van de EN 771-1 voor vorstweerstand

De paragraaf 5.3.6 van NBN EN 771-1 is van toepassing.

Voor bakstenen, bestemd voor (onbeschermd) buitenmetselwerk, dient de producent de geschiktheid te declareren voor blootstelling aan bepaalde klimatologische omgevingsvoorwaarden, zoals aangegeven in annex B3 van de referentienorm.

De declaratie geschiedt door het opgeven van een blootstellingsklasse:
F0 Passieve klimatologische omstandigheden
F1 Gematigde klimatologische omstandigheden
F2 Strenge klimatologische omstandigheden

Teneinde deze declaratie te uniformiseren is een Europese proefmethode in ontwikkeling. Deze bevindt zich in het stadium van technische specificatie: TS 772-22.

Zolang deze proefmethode niet definitief is goedgekeurd en als voldoende betrouwbaar en significant bevonden is, wordt de vorstbestandheid beoordeeld volgens de methode in gebruik in het land van verwerking.
In het kader van het BENOR-merk, dat bestemd is voor de Belgische markt wordt tot nader order gebruik gemaakt van de beoordelingsmethode en de classificatie, beschreven in de norm NBN B 23-002. Deze beoordeling is gebaseerd op de 'rechtstreekse proef' (volgens NBN B 27-009) en de 'onrechtstreekse proef' (volgens NBN B27-010). In dit laatste geval wordt nagegaan met welke snelheid de steen zich door capillariteit met water verzadigt (er wordt dus niet nagegaan hoeveel water de steen opneemt maar wel hoe snel alle poriën met water worden gevuld). De praktijk heeft immers uitgewezen dat een baksteen die snel verzadigd is, groter gevaar loopt wat vorstbeschadiging betreft, dan de andere soorten.
Door de twee proefmethoden met elkaar te combineren wordt een gedifferentieerde classificatie toegelaten:
-  Zeer vorstbestand (grondkeermuren, bestratingen...)
-  Normaal vorstbestand (in alle overige gevallen)
- Vorstbestandheid niet bewezen

In het kader van de BENOR-certificatie op gevelbakstenen is de declaratie volgens deze Belgische methode verplicht.

In afwachting van de beschikbaarheid van voldoende gegevens omtrent de relatie tussen de classificatie volgens de Europese norm en de Belgische beoordelingsmethode, wordt de declaratie volgens NBN EN 771-1 als volgt vanuit de BENOR-certificatie ondersteund.

Voor stenen, die als zeer vorstbestand gecatalogeerd zijn volgens NBN B23-002, wordt de declaratie F2 automatisch aanvaard.
Voor stenen die als normaal vorstbestand gecatalogeerd zijn volgens NBN B23-002, wordt de declaratie F2 eveneens aanvaard, mits via ITT volgens EN 771-1 is aangetoond dat de stenen niet beschadigd worden na 100 vorst-dooi-cycli.bij beproeving volgens TS 772-22.
Voor stenen die als normaal vorstbestand worden gecatalogeerd volgens NBN B23-002, doch die niet beproefd zijn volgens TS 772-22 of die de 100 cycli niet halen zonder beschadiging, wordt de declaratie F1 aanvaard.
Stenen die als niet vorstbestand gecatalogeerd zijn volgens NBN B23-002 worden beschouwd als bestemd voor de blootstellingsklasse F0.

Het BENOR-merk ondersteunt geen declaraties van het type FI of F2, indien geen classificatie volgens NBN B23-002 beschikbaar is.


Gevolgen van de EN 771-1 voor brandreactie

De brandreactie wordt in de Europese normen aangegeven met de classificatie A1, A2, B, C, D, E en F.

Europese classificatie
Tot de hoogste klasse A1 (EN 13501) behoren alle bouwmaterialen, waaronder baksteen, die op geen enkel ogenblik deelnemen aan de brand.

Belgische classificatie
Baksteen behoort daarnaast tot de Belgische klasse A0 (NBN S 21-203) en wordt hierdoor als niet-brandbaar beschouwd.

Door deze classificatie als A1 (Europees) of A0 (Belgisch), behoort baksteen steeds tot de hoogste categorie en is het materiaal geschikt voor elke toepassing.

 

 

 
Belgische Baksteenfederatie - Kartuizersstraat, 19 bus 19 - 1000 Brussel - info@baksteen.be - Tel: 02/511.25.81 - Fax: 02/513.26.40